Ik selfie, dus ik besta

De parkeerplaats verraadt dat ik zojuist een circus ben ingereden. Touringcars. Verkeersregelaars. Een souvenirwinkel. Een automaat waar een flesje cola ongeveer evenveel kost als vroeger een kleine aflaat. Geen pelgrim te zien. Ik koop een kaartje voor de basiliek van Montserrat. Binnen staat een rij voor de Zwarte Madonna. Een heilig beeld, hoog boven het altaar. Wie haar van dichtbij wil zien, moet een extra kaartje kopen. Mensen raken de bol in haar hand aan. Ze slaan een kruisje. Sommigen sluiten hun ogen. Daarna draaien ze zich om. Telefoon omhoog. Selfie. De volgende.

Wanneer is zelfbewustzijn eigenlijk letterlijk geworden? Een baby ontdekt eerst zijn eigen handpalm. Open. Dicht. Open. Dicht. Ineens blijkt er een kleine worm en vijf stokjes aan vast te zitten. De baby stopt hem in zijn mond. Beweegt ermee. Nog een keer. ‘Verdomme, dat ding luistert naar me.’ Pas later begrijpt hij dat de arm niet alleen van hem is. Het ís hem. Daar begint een ik: ontdekken waar jij ophoudt en de rest van de wereld begint.

Vervolgens zetten we die ik al vroeg voor een spiegel. Dat is op zichzelf al een vreemde gewoonte. De meeste dieren komen prima door het leven zonder dagelijks te controleren hoe hun kop erbij hangt. Zet een hond voor een spiegel en hij ziet een hond die nergens naar ruikt. Meestal is de lol er dan snel af. Wij blijven kijken… soms obsessief. Niet alleen om te controleren of er geen spinazie tussen onze tanden zit. We zoeken een overeenkomst tussen hoe we ons voelen en de persoon die ons aankijkt. Ben ik dat? Zie ik eruit als iemand die weet waar ze mee bezig is? Kan dit hoofd vandaag onder de mensen? Een spiegel laat ons zien zoals een ander ons ziet. Voor even kijk je naar jezelf alsof je iemand anders bent. We ontlenen onszelf aan de blik van een ander. 

Vroeger hing de spiegel thuis. Je keek erin voordat je de deur uitging en moest het daarna de rest van de dag maar doen met de herinnering. Soms ving je jezelf nog even op in de weerspiegeling van een winkelruit, maar die versie verdween zodra je doorliep. Nu dragen we een spiegel met geheugen in onze broekzak. Een spiegel laat zien wie ervoor staat. Een camera laat kiezen wie daarvan bewaard mag blijven. Kin iets omlaag. Hoofd een beetje schuin. Lippen getuit. Nog een keer, maar nu spontaan. Na iedere foto kijken we meteen terug. Niet om te zien of we erop staan, maar welke versie van onszelf is verschenen. De avonturier. De levensgenieter. De persoon die achteloos over een berg uitkijkt en beslist niet zojuist een kwartier heeft moeten wachten om op dit uitkijkpunt de perfecte selfie te maken. Een foto laat niet alleen zien wie we zijn. Een foto doet ook een voorstel. Zo zou je eruit kunnen zien. Zo zou je leven eruit kunnen zien. Zo zouden anderen je kunnen zien. En als het voorstel niet overtuigt, maken we een nieuwe. De spiegel verdwijnt zodra je wegloopt. De foto blijft bestaan. In een spiegel tref je jezelf aan. Voor een camera stel je jezelf samen. 

Zelfbewustzijn is letterlijk geworden.

Op de berg van Montserrat zijn de uitzichten bijna onbeschoft. Kale rotsen steken als vingers uit de aarde. In de verte ligt Catalonië onder een lichte waas. Toch draaien de camera’s zich om. Niet de berg moet op de foto. Wij moeten op de foto met de berg.

Een foto van een berg zegt: kijk, een berg. Een selfie bij een berg zegt: kijk, mijn leven bevat bergen.

Het vreemde aan een ervaring is dat je haar niet van buitenaf kunt bekijken terwijl je haar meemaakt. Je kunt alleen degene zijn die haar meemaakt. Pas op een foto verschijnt er iemand om naar te kijken. Daar was ik gelukkig. Daar was ik avontuurlijk. Kijk, daar was ik. Op het plein voor de uitgang van de basiliek staat een vrouw precies in het midden van een grote cirkel. Een tripod staat een paar meter verderop op haar gericht. Ze kijkt omhoog. Spreidt haar armen. Klik. Loopt terug naar haar telefoon. Kijkt. Loopt weer naar de cirkel. Nog een keer. Heel even wil ik een foto van haar maken. In plaats daarvan maak ik oogcontact met een man die staat te grijnzen. Vroeger kwamen mensen hier om gezien te worden door God. Tegenwoordig zorgen we dat we zelf goed in beeld staan.

Ik denk, dus ik besta. 

Ik ben omdat wij zijn. 

Ik word gezien, dus ik besta. 

Ik zie mezelf, dus ik besta. 

Ik selfie, dus ik besta.

Volgende
Volgende

Warm hè?