KINK

“Daar moet je over schrijven,” zei hij.
“Waarom?” vroeg ik.
“Omdat het hoop geeft.”

Ik had net mijn vurige betoog over ChatGPT en tekstschrijver-zijn afgevuurd op de vader van een goede vriendin. Zoiets van: we hebben altijd mensen nodig. Schrijven is hardop denken en als we zelfs dat hier niet meer kunnen doen, dan zij we al helemaal alleen een hobbelende vleeszak op deze aardkloot’.

Klanten komen bij me aan met een half schuldbewuste blik: we hebben het door ChatGPT laten doen, maar het is lelijk, wil jij alsnog? Natuurlijk wil ik alsnog. Niet alleen omdat ik denk dat ik het beter kan, maar omdat het creatieve proces voorafgaand aan de tekst het hele punt is. Wat wil ik eigenlijk zeggen, wat willen we vertellen, waar wil ik dat iemand naar luistert? Dezelfde vraag drie keer anders formuleren is geen vermoeiende herhaling, dat is nou verdieping. Daar beginnen de puzzelstukjes te schuiven, daar ontstaat betekenis.

Ik had verder weinig gedaan met die uitspraak van die vader, tot drie dagen later.

Ik wilde een boekomslag maken, vooral om even niet bezig te hoeven zijn met die vraag die iedereen stelde tijdens kerst: hoe is het met je bundel? Ja, goed. Vet. Was leuk. Spelen. Uitgeverijen? Tijdschriften? Literaire avonden? Publiek? Zelf publiceren? Nieuwe wereld leren kennen? Het werd weer een bandje dat mijn zelfvertrouwen opdraaide, wat ik juist zo lekker had opgebouwd tijdens het schrijven van dat ding. Dus ik dacht: ik zet ’m gewoon online. E-book. Hop, betaallinkje. Een symbolische euro, om jezelf nog wel een beetje serieus te nemen. Ik noem het een e-bundel, zet het op mijn website en dan ben ik van het gezeur af.

Los van het feit dat de laatste redactie er nog steeds doorheen moest, begon ik uiteraard eerst uitstellerig aan iets minder belangrijks: de boekomslag. Boekomslagen zijn belangrijk toch? Lezen is leuk, maar godsamme, iedereen is verwend tegenwoordig. Het oog wil ook wat. Beeld. Pop-up. Aandacht. Glitters.

Ik werk graag met mensen en ik vind dat creatieven betaald moeten worden en ik geloof oprecht dat ze dit beter kunnen dan ChatGPT. Ik hoef niet te verdienen aan deze bundel, maar ik had al geïnvesteerd in meelezers en redactie, dus qua investeren zat het wel even snor. Ik probeerde nog iemand te vinden die misschien voor een vriendenprijsje een vette illustratie wilde maken. Er was er één: te kinderlijk. Er was er nog één, maar die zat te diep in autonoom werk.

En toen dacht ik: fuck it, ik probeer het gewoon even. ChatGPT. ‘Maak een afbeelding voor mijn online boekomslag'. Minder praten, meer koet.’ En voilà: best een vet plaatje. Donker, bijna sci-fi. Niet helemaal de absurd vrolijke bundel zoals ik ’m had aangekondigd, maar na een paar correcties kwam ik ermee aan bij mijn vrienden. Is it too much? Nee. Vet. Vet. Vet.

Totdat ik bij mijn moeder aankwam. “Die poot klopt niet”, zei ze. Ik keek nog eens naar mijn kersverse boekomslag, bedoeld voor mijn sociale ontsnapping, mijn schild tegen potentieel keurende ogen (lees: gewoon lieve mensen die geïnteresseerd zijn in wat ik schrijf). “Meerkoeten hebben gelobde tenen”, aldus mijn moeder. Binnen een mum van tijd zaten we met haar vogelboekje van vroeger aan tafel, aantekeningen erbij, het park waar ze de meerkoet zag toen ze twaalf was. En ja hoor: geen zwemvliezen, maar echte tenen. Drie voor en eentje achter.

We deden verder onderzoek, Google erbij en ik ging naar huis met een nieuwe prompt. ‘De poot klopt niet, meerkoet heeft gelobde tenen’. Ik voeg drie à vier foto’s toe. Appeltje-eitje, dacht ik. Maar nee. Driekwartier en oneindig veel frustratie later had ik achtereenvolgens een kippenpoot, iets wat weghad van een draak en weer eendenvlies. Bij elke nieuwe afbeelding hield ik mijn adem in en probeerde ik mijn geweten weg te redeneren. Weer een fles water. Nog een fles water. Alle ruimte in die datacentra voor jouw gelobte tenen, die zometeen helemaal nergens meer kunnen zwemmen. Maar wat ik ook intypte, ik kreeg alles behalve drie gelobte tenen voor en één teen achter, zoals een echte meerkoet.

Waarom kun je dit niet, vroeg ik zelfs nog. Er kwam een vaag verhaal over getrainde data en vogels met vier tenen. Toen ik mijn prompt nog een keer herschreef, begon de computer tegen te sputteren en vond hij het ineens tegen het beleid, iets met erotiek of seksualiteit. Wie had gedacht dat de kink van ChatGPT gelobte tenen was.

En daar zat de moraal, zonder dat ik ’m had gezocht. We hebben mensen nodig. ChatGPT is handig maar ook fundamenteel kut, omdat het geen moeder heeft met een vogelboekje, geen park kent, geen herinnering, geen twijfel, geen schaamte en geen kink.

Volgende
Volgende

BADEEND